Satzdurst

Ik ben te moe om te schrijven en het is te heet om te slapen dus zit ik op een terras te lezen en te roken en meer te drinken dan ik eigenlijk wil want als de dorst begint breken de bierdijken en vergt het een echte vent om de stroom bij te houden en ik ben misschien geen echte vent maar bij Gilgamesj, ik kan mijn keel openzetten en daarmee een zwaai geven aan de perpetuüm mobile van de tong waarin iedere slok dorst lest maar een evenredige hoeveelheid dorst schept die door de volgende slok gelest moet worden enzovoorts en voor ik het weet ben ik vier halve liters en een wc-bezoek of twee verder maar nog net zo dorstig als toen ik begon en ik vraag me af waarom ik dit doe, waarom ik hier in hemelsnaam voor betaal want twee liter bier betaalt zichzelf niet en het pakje peuken is onderhand ook bijna leeg hoewel ik me nauwelijks kan herinneren die peuken opgestoken te hebben maar de asbak liegt niet en de verragde tong liegt niet en het tijdstip liegt niet en het boek is bijna uitgelezen terwijl de avond voorbij gestroomd is wat er bij elkaar gelukkig voor gezorgd heeft dat ik nu doodmoe ben en maar snel naar huis ga.

~

Dit bericht is geplaatst in Nachtwandelingen met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.